VARAgids, 29 mei 2010
Geknipt voor u
Op donderdag 27 mei krijgt Sander van de Pavert (LuckyTV) de aanmoedigings-Nipkow uitgereikt. Wordt het niet eens tijd, Sander, dat je na jaren korte filmpjes te hebben geproduceerd aan het Grotere Werk gaat beginnen? In gesprek over paniekaanvallen, ambitie en ijdelheid.
Interview: Gijs Groenteman
Fotografie: Frank Ruiter
Hoe ziet jouw leven eruit?
Dat is op dit moment redelijk overzichtelijk. Het speelt zich voor het grootste gedeelte hier in huis af: boven, in een klein hokje op zolder, heb ik de spulletjes staan waarmee ik mijn filmpjes voor De wereld draait door en ander werk maak. Het grootste gedeelte van de dag zit ik eigenlijk wel daar, aan de computer gekluisterd.
Had je pakweg tien jaar geleden enig idee wat voor leven je zou gaan leiden?
Ik was net afgestudeerd aan de kunstacademie en wist vrij aardig dat ik niet op kantoor zou gaan werken. De enige manier waarop ik kan werken, is op mezelf.
Je zag jezelf niet met een groep collega’s om een koffieautomaat staan?
Voordat ik naar de kunstacademie ging heb ik wel eens drie maanden om zo’n automaat gestaan op een kantoor. Ik had het verkloot op school en ik had het thuis verkloot. Ik was een vrij goede leerling op de middelbare school, maar toen ik het feesten, de drank en de drugs had ontdekt ging het vrij snel bergafwaarts met mij. Tot het moment dat ik fysiek van school werd verwijderd. Ik was zeventien, en mijn ouders zeiden: ‘Ga maar werken.’ Via een uitzendbureau kwam ik terecht bij Nationale Nederlanden. Drie maanden heb ik met pijn in mijn buik aan zo’n bureaueiland gezeten, dingen op alfabetische volgorde leggend. Achteraf was het fantastisch, ik heb nog nooit zo veel angst- en paniekaanvallen gehad als in die periode.
Was de kunstacademie een ontdekking voor je?
Ik was niet een soort dorpsmeisje dat een kunstacademie binnenloopt en uitroept: ‘Oh! Dat dit bestaat!’ Ik had er altijd wel rekening mee gehouden dat ik daar terecht zou komen. Ik ben opgeleid als grafisch vormgever.
Had je na de academie al een idee over het soort filmpjes dat je nu maakt?
Wat ik doe is zo specialistisch, dat kan je van tevoren bijna niet bedenken. Na de academie kreeg ik een digitaal cameraatje en daar filmde ik zo’n beetje alles mee. Documentairachtig, mijn leven vastleggen. Ik ontdekte dat er in geknipt moest worden, en de eerste keer werd het hilarische effect van een slimme montage meteen duidelijk. Niet zo heel lang daarna ben ik datzelfde met bestaand materiaal gaan doen, had ik een Duitse spelshow opgenomen en ging ik daarin knippen. Ja, toen brak de hel dus echt los. Of de hemel open. Daar ben ik wel een jaar of twee mee aan het experimenteren geweest.
Was je verslaafd?
Ik werkte achter de bar en was de hele nacht aan het feesten, overdag zat ik te monteren. Tijdens het uitgaan kwam ik iemand van TV West, de lokale Haagse omroep tegen, voor wie ik toen samen met vrienden kleine fakereportages ben gaan maken. We staken er onwijs veel tijd in, ik zat er nachtenlang aan te monteren. Het werd nogal achteloos uitgezonden, we kregen amper betaald, dus daar ben ik mee opgehouden. Maar ik heb een demotapeje gemaakt en kon al vrij snel beginnen bij VARA Laat, de voorloper van De wereld draait door.
Ineens had je een doel in je leven.
Ja, zo voelde het wel. Tot die tijd was ik vooral aan het niksen. Zuipen en dansen. Wat op zich hartstikke leuk en spannend was.
Zijn er onderwerpen waar je geen grappen over kunt maken?
Nee. Er zijn wel onderwerpen waar je geen grappen over moet maken die je op tv gaat uitzenden. Actuele incidenten waarbij heel veel doden vallen, daar kan ik daar op tv bijna geen goede grap over verzinnen.
Weet je dat meteen, of begin je er wel eens aan eentje die dan toch niet goed afloopt?
Ja, ik begin er wel eens aan. Zo’n aardbeving in Haïti bijvoorbeeld, de manier waarop de media er mee omspringen is zo idioot/absurd/grappig, dat vráágt om een reactie. Maar ja, dat onderwerp, je kan er niet aan komen. Mensen vinden dat absoluut niet leuk.
Heb je een misplaatste grap in je herinnering?
Er zijn wel dingen die ik grappig vind, maar waar anderen door geshockeerd zijn. Wat me nu te binnen schiet is een filmpje over een heel klein Chineesje van vijftig centimeter lang, Pingping. Pingping ging dood, en ik had daar een filmpje over gemaakt. Je moet weten: Die Pingping had zichzelf jarenlang als attractie te kijk gezet, terwijl de media zich daarin gewillig lieten meeslepen. Net als het publiek, dat met het kwijl in de mondhoeken meekeek hoe een ernstig gehadicapte Chinees op een straathoek, geflankeerd door een evenzeer mismaakte Turk, exemplaren van het Guiness Book of Records stond uit te delen. Dus toen hij dood was had ik een filmpje gemaakt met circusmuziek en allemaal voice-over teksten als: ‘Pingping wordt begraven in kleine kring!’, en: ‘Iedereen leeft mee met dit grote verlies!’ Allemaal geklap en gejuich eronder, totaal over the top. Mensen vonden dat ongepast en niet kunnen. Ja, ik vind dat die mensen het gewoon niet goed zien. Ik vind dat Pingping niet deugde.
Eigenlijk heb je best een oordelend karakter.
Daar heb je gelijk in, maar ik wil het nuanceren. Want ik ga er vanuit dat jij als kijker van mijn filmpje begrijpt dat ik mijn oordeel over iemand als Pingping baseer op wat ik van hem gezien heb. En het enige wat ik van dat kleine, invalide Chineesje zie, is dat hij in een clownspak zijn mismaaktheid loopt te exploiteren. En op basis daarvan zeg ik: jij bent gewoon een hoer. Je deugt niet. Terwijl hij misschien eigenlijk wel een heel sympathieke knaap is. Was.
Wind je je vaak op?
Ja, ik zie vaak dingen waar ik me bijzonder hard over opwind. Dat is iets waar ik wel een lekker gevoel van krijg.
Je moet elke dag een filmpje afleveren. Hoe ontstaan ze? Beschrijf het proces.
Vroeger nam ik ’s avonds alle actualiteitenrubrieken, journaals, talkshows op. Die ging ik allemaal zitten screenen of er iets tussenzat dat ik kon gebruiken. Ik zat met uren materiaal, het was zo’n overdaad, dat ik daar helemaal vol van ging zitten. Dat resulteerde wel eens in trillend of jankend mijn bed in stappen. Nu heb ik geleerd om het tot me te laten komen en beperk ik me tot drie journaaluitzendingen. In die journaals zitten misschien tien of twaalf items waarvan er al vier onmiddellijk afvallen. Als ik geluk heb zijn er drie waar ik iets mee zou kunnen, als ik pech heb maar één.
Zie je onmiddellijk wat je wilt met de beelden?
In de gunstigste gevallen wel, soms ben ik de hele dag aan het ploeteren. Het gekke is: ik kan me nog altijd heel erg verkijken op wat im geist leuk is, en wat op beeld leuk is. Ik denk vaak dat een idee heel flauw is, maar als ik het probeer, blijkt het als een trein te werken.
Vind je eigenlijk iedereen even belachelijk die op tv komt?
Nee, helemaal niet. Er zijn echt wel mensen voor wie ik heel veel respect heb. Al zou ik nu even niemand kunnen noemen.
Heb je leermeesters gehad in je werk?
Nee, ik denk het niet, al heb ik natuurlijk veel mee gekregen van de tv die ik zelf gezien heb. Maar eigenlijk ben ik in al mijn creatieve werk zelflerend geweest.
Wie waren als kind je humoridolen?
Dan komen we toch wel bij de zondagochtend van de VPRO: Rembo & Rembo, Mevrouw Ten Cate, Theo & Thea, later Wim T. Schippers en Jiskefet. Heel lang is dat de enige vorm van nuttige humor geweest die erin is gegaan.
Geniet je van de positie die je hebt, elke dag in de top-divisie even je doelpunt maken?
Ja, ik geniet heel erg van die plek. En het fijne is: ik ben geen onderdeel van de redactie, mensen bemoeien zich niet met wat ik doe, ik hoef nooit iets aan te passen. Ik zit hier in Den Haag en ben een autonome columnist, dat is een heerlijke positie om te hebben.
Ik heb wel eens een interview met je gelezen waarin je zei dat je dit werk niet de rest van je leven wil doen.
Dat klopt wel, maar ik ben me er de laatste tijd wel meer bewust van geraakt hoe onwijs fijn het is wat ik nu doe. Dus ik heb met volle overtuiging ‘ja’ gezegd toen me gevraagd werd om me de komende drie seizoenen te committeren aan De wereld draai door. Terwijl vrienden van me wel eens vragen of ik niet eens iets anders moet gaan doen. Ik denk zelf ook wel eens: ik kan toch niet tot in de eeuwigheid van die kleine kutfilmpjes blijven maken?
Met al die kleine filmpjes bouw je toch ook aan een mooi oeuvre?
Je hebt gelijk, het is niet persé beter of minder dan één groot werk. Maar ik zie mezelf toch een beetje als iemand die heel veel kan, maar zo weinig gedaan heeft. Dat achtervolgt mij van jongs af aan: zo veel projecten begonnen, zo veel goede ideeën, zo weinig afgemaakt. Stel dat ik nog twintig jaar die filmpjes maak. Misschien baal ik er tegen die tijd van dat ik niet méér heb gedaan, dingen die ik ook had willen proberen – script schrijven, roman schrijven, me in beeldende kunst verdiepen, muziek maken, noem maar op.
Het gaat om persoonlijke ontwikkeling.
Ja. Ik ontwikkel me wel minder door steeds maar hetzelfde te blijven doen. Als je een filmpje van dertig seconden maakt, hoef je ook maar over dertig seconden na te denken. Maar voorlopig ben ik heel happy hoor, met wat ik aan het doen ben.
Het is toch ook geweldig dat je je vorm en je toon gevonden hebt?
Ja. Dat is ook zo. Maar ik moet mezelf daarin altijd een beetje toespreken. Aan de ene kant ben ik een heel ijdele vent en vind ik het echt wel kicken wat ik allemaal doe. Aan de andere kant, als ik zo’n aanmoedigingsprijs van de Nipkow krijg, denk ik ook: ja, waarom eigenlijk? Dan voel ik me niet bepaald trots. Het kostte me echt een week om tegen mezelf te kunnen zeggen: ‘Hé, wat geweldig dat die gasten dat gezegd hebben.’