

Het idee werd hem aan de hand gedaan door een vriend. De vriend vond de door de EO uitgezonden serie Rembrandt en ik zó slecht: het leek wel een comedy. En ja, met zo’n opmerking kan Sander van de Pavert wat. Op zijn computer heeft hij al wat fragmenten uit de serie met Michiel Romeyn als de oude Rembrandt klaarstaan. Hij hoeft er alleen nog een lachband aan toe te voegen.
Bij het bekijken ervan heeft Van de Pavert (1976) al veel plezier. “Komt door Romeyn. Dit is toch net Jiskefet ten tijde van De Heeren van de Bruyne Ster?” In zijn digitale archief gaat hij op zoek naar een passende lach. En die is snel gevonden. “Govert Flinck kan de pest krijgen,” brult Romeyn, waarna de gulle lach van een studiopubliek volgt. Nog veel harder lacht Van de Pavert zelf.
En als hij niet veel later zijn faketrailer voor de ‘knotsgekke comedy’ Rembrandt & co vervolmaakt met een vrolijk muziekje, ligt hij zelfs dubbel van het lachen over zijn bureau. Die heeft plezier in zijn werk, dat is duidelijk.
Dat werk speelt zich niet af in een state of the art montagestudio in het Hilversumse Mediapark, maar op de zolder van een Haags bovenhuis. Hooguit drie bij vier meter is het en dan is één van de wanden nog eens schuin ook. Van de Pavert zit er niet mee. “In een ruimte van twee bij twee zou ik het ook kunnen.”
Op zijn bureau staan een eenvoudige computer met twee speakers en een televisie. En dat is het. “Flink wat geheugen ende juiste software, meer heb ik niet nodig.” Er hangt een Star Wars-poster – “Jeugdsentiment”– en boven zijn computer een portrettengalerijtje van het kabinet. “Wie de ministers zijn weet ik inmiddels wel, maar bij de staatssecretarissen moet ik nogwel eens kijken hoe ze er ook alweer uitzien.” Het professionele planbord zegt hij vrijwel nooit te gebruiken.
Hier kwamen ze dus tot stand, al die vermakelijke en verwarrende LuckyTV-filmpjes. Balkenende die op staatsbezoek beleefd lachend een executie bijwoont. Hitler die tijdens eenonderhoud met zijn stafofficieren voorstelt te gaan bowlen. De paus die zich verlekkert aan een gehoor van kinderen. De Amerikaanse tv-journaliste die de Egyptische vicepresident vraagt met haar uit te gaan.
Elke dag maakt Sander van de Pavert zo’n filmpje van gemiddeld veertig seconden. Altijd gaat het om de manipulatie van bestaand beelmateriaal. Hij verknipt het, combineert het met andere beelden of voegt er geluid aan toe. Stemmetjes doet hij zelf; hij beheerst een scala aan accenten en heeft ook een goede Philip Bloemendal in huis.
Van huis uit is hij grafisch vormgever. Maar de digitale videocamera die hij in 2000 na het afstuderen aan de Rotterdamse Willem de Kooning Academie cadeau kreegvan zijn ouders beviel wel erg goed. “Ik had dat ding de hele tijd bij me en filmde alles. Bijna documentaireachtig legde ik mijn omgeving vast. Dat leverde zo veel materiaal op dat ik na verloop van tijd wel moest gaan knippen en plakken.”
Zijn eerste montagesessie was een openbaring. “Ik ontdekte dat een paar frames meer of minder heel veel uitmaken. En dat je de sfeer van een filmpje heel erg kon sturen door er bepaalde muziek aan toe te voegen.” De volgende stap was dat hij aan de slag ging met bestaand materiaal: een televisie-interview met Lenny Kuhr, afgenomen door Fons de Poel.

Ik ben altijd enorm door hem gefascineerd geweest. Fons de Poel is een presentator van de oude stempel, iemand die heel duidelijk praat, in frag-men-ta-ri-sche zin-nen. En hij heeft het graag over zichzelf. Dat interview met Lenny Kuhr had ik zo verknipt dat hij het nergens anders over had.”
Het duurde even voordat hij er, zoals hij dat noemt, mee te koop durfde te lopen, maar bij de Vara vonden ze zijn filmpjes leuk. “Voor Vara Laat, een soort voorloper van De wereld draait door, mocht ik ook dat soort dingetjes maken. Nu ben ik vooral met de actualiteit bezig, toen was het heel autonoom. Ging ik bijvoorbeeld wat knutselen met beelden uit een Duitse spelshow. Het ging vaak letterlijk nergens over. En dat dan midden in de uitzending, soms wel twee minuten. Als mijn filmpje was afgelopen, zag je een volkomen verdwaasd publiek.”
Ook in De wereld draait door, waar hij vanaf 2005 voor werkt, zaten de LuckyTV-filmpjes aanvankelijk middenin het programma. “Dat is een lastige plek, dat zie je nu ook met Fokke & Sukke. Sinds het tweede seizoen ben ik de uitsmijter van het programma geworden: pas na de eindtune komt mijn filmpje van de dag. Wat vaak weer voor veel verwarring zorgt. Mensen weten niet wat ze zien: is dit alweer een ander programma, heeft er iemand gezapt?”
Die verwarring vindt hij mooi. Zoals hij ook met plezier verneemt dat sommige van zijn filmpjes op internet worden verspreid als ‘echt’. Een doel heeft hij niet met zijn werk: “Ik heb de afgelopen jaren heel veel geleerd over hoe televisie wordt gemaakt. Op een heel terloopse manier leg ik soms iets bloot. Maar ik heb niet de illusie dat ik met mijn filmpjes tv-kijkers bewuster kan maken van wat ze zien.” Lachend: “Daar is het toch al veel te laat voor.”
Terwijl hij het zegt, kijkt hij met één oog naar het NOS Journaal, dat net is begonnen. Hij slaat zelden een aflevering over. “Ik haal de meeste van mijn onderwerpen uit de journaals.” Als hij de actualiteit combineert met andere filmbeelden, haalt hij die meestal van You- Tube. “Echt alles is daar te vinden. Laatst wilde ik het doen voorkomen alsof de RTL-correspondent vanuit een zwembad het nieuws over het nieuws over Egypte doorgaf. Tik maar in ‘swimming pool telephone’ en hebbes.’

Boze reacties op zijn filmpjes krijgt Van de Pavert geregeld. Echt kwaad waren kijkers toen hij eind vorig jaar een nieuwsitem over een schipbreuk bij Hoek van Holland liet eindigen met het beeld van een op het strand aangespoelde Sinterklaas. “Nagenoeg hysterisch waren ze. Smakeloos was het, schandalig! Maar als ik grappen maak over het Israëlisch-Palestijnse conflict of de Eerste Wereldoorlog hoor ik daar niemand over.”
Tot zijn verbazing hoorde hij ook weinig over de vele grappen die hij maakte over het misbruik van kinderen in de katholieke kerk. Heel hard was het filmpje waarin geestelijken goedkeurend leken te ruiken aan de hand van de paus: Mmmmm,kinderen.
Zou hij zoiets ook durven maken als het om moslims ging? “Bij het eerste nieuws over een islamitische geestelijke die zich heeft vergrepen aan een negenjarige, maak ik een filmpje.”
Waar trekt hij de grens? “Ik zal nooit echt leed laten zien. Geen doden in mijn filmpjes. En ik zal mensen die zich niet in de publieke sfeer begeven nooit persoonlijk pijn doen.”
Mag hij alles wat hij tegenkomt in televisieprogramma’s en op YouTube zomaar gebruiken?
“Af en toe is er gedonder met rechthebbenden, maar het loopt altijd met een sisser af. Ik ben geen expert, maar als ik het goed heb begrepen, mag je alles gebruiken als duidelijk is dat het om satire gaat. Maar ik blijf als maker buiten dit soort kwesties. Het is de uitzendgemachtigde bij wie klagers moeten zijn. En de Vara heeft daar een eigen jurist voor.”
“Volgens mij mag je alles gebruiken als duidelijk is dat het om satire gaat.”
Op het computerscherm laat hij Rembrandt nog eens wat heen en weer drentelen. “Moet je kijken: die tegenspeler van Romeyn lijkt ook nog eens op Herman Koch. Nu wordt het helemaal Jiskefet!” Hij heeft het nog niet gezegd of hij heeft, ook weer via YouTube, een aflevering opgeroepen van Tampert, de Jiskefet-parodie op de Duitse krimi. “Briljant,” vindt Van de Pavert, die hele stukken van de Duitse tekst uit zijnhoofd blijkt te kennen. “Wat een schitterende taal is dat Duits toch.”
Na een tijdje schrikt hij op: “Shit, ik moet nog een filmpje afmaken. Dat is wel een gevaar van dit werk: je moet ervoor oppassen dat je jezelf niet helemaal verliest in YouTube.”